De Gevel

Vallei- verhalen

De Gevel

De Gevel is vandaag een natuurgebied en een belangrijke vogelbiotoop. Het ligt in het zuiden van de gemeente Rotselaar. Centraal in De Gevel ligt een rietland dat wordt omringd door natte bossen en graslanden. Het Agentschap Natuur en Bos kocht en beheert er een kerngebied van 45 ha, dat ook deel uitmaakt van het Natura2000-netwerk. Hoewel natuur vandaag de bovenhand haalt, was dat in het verleden wel eens anders. Maar één ding staat vast: nat is het er altijd geweest. Dat verraadt de naam.

Germaanse naam

De Gevel is niet de oorspronkelijke benaming van het gebied, maar een negentiende-eeuwse verbastering zonder betekenis. Oorspronkelijk heette het de ‘Gaver’ of ‘Gever’, afgeleid van het Germaanse woord ‘gabra’. Dat betekende moeras. De Gevel ligt lager dan het omringende landschap. Regen- en overstromingswater komen er samen en blijven er staan. De Kwellenberg (oorspronkelijk: ‘Colleberg’), ten zuiden, ligt bijvoorbeeld merkbaar hoger.

 

De Gevel ligt in een fossiele ijstijd-meander of paleomeander van de Dijle en overstroomt ook daardoor regelmatig. In de directe omgeving liggen trouwens nog meer moerassen of drassige broeken: het Hamelbroek (zuidelijk) – ook dat is een ijstijd-meander – en het Wijgmaalbroek, aan de linkeroever van de Dijle.

Demerbroeken - Rotselaar. ARA. Centrum Agrarische Geschiedenis.
Anders dan De Gevel, stonden de Rotselaarse Demerbroeken – dus verder stroomopwaarts langs de Demer– bekend om hun ‘vette’ weiden. Daar groeide gras van goede kwaliteit. Dat was bijvoorbeeld zo in het Schipstalbroek (centraal op de kaart) en het Hellichterbroek (rechts op de kaart). Doordat ze iedere winter – maar niet teveel of te lang – werden bevloeid door Demerwater, bleef een vruchtbaar laagje slib uit de rivier achter op de beemd. Dat zorgde voor extra voedingsstoffen voor het gras. Bron: Gemene broeken Rotselaar en Wezemaal, ca. 1750. Algemeen Rijksarchief Brussel. Kaarten en plattegronden in handschrift, inv. I 012, nr. 3187.

Beeld 1: De Gever, 1596-98, met de percelen die cijns betaalden aan de hertog van Aarschot als heer van Rotselaar. KU Leuven, Universiteitsarchief, domein archief van het hertogdom Aarschot, 2416, f 12r. (Tip: klik de afbeelding open om cijnsgronden aan de rand van de Gever goed te zien).
Beeld 2: Ontwateringsgrachten op de Villaretkaart, (c) NGI.

Beeld 3: Hooiweiden zijn blauw ingekleurd op deze gereduceerde kadasterkaart uit ca. 1845, (c) NGI.
Beeld 4: orthofoto uit 1995, (c) NGI.

Van moeras naar beemd

In de volle middeleeuwen (10de-13de eeuw) werden de broeken, aanvankelijk moerassige elzenbroekbossen, in de valleien van de Gete, de Demer en de Dijle omgevormd tot beemden of hooiweiden. Die nieuwe graslanden waren nodig voor de groeiende veestapel, nu de bevolking toenam. De omvorming tot beemd was een erg arbeidsintensieve klus. De boeren moesten opschietend elzen- en wilgenhout in het broek rooien, het broek ontwateren door grachten te graven en de grond, waar mogelijk, gelijk maken.

De meeste beemden hadden een gemengde functie. Ze leverden hooi, soms zelfs twee keer per jaar, in juni en september. En na het hooien kon het vee op de beemden ‘nagrazen’. Een beemdenlandschap zag er ruig en semi-verwilderd uit, met veel oneffenheden, struiken en bomen.

Gever Broeck. Rijksarchief Leuven. Centrum Agrarische Geschiedenis.

Het Geverbroek was moeilijk om te vormen naar beemd. Het was erg nat en overstroomde vaak. Daarom groeiden er veel rietsoorten, zoals biezen, zeggen en russen. Daar hielden runderen niet van. Waarschijnlijk werden in De Gever alleen de droogste delen van het broek, langs de buitenrand, ontwaterd: dat kan je zien op de kaart links uit 1659. De rest bleef moerassig: daarom was de Gever één van de weinige ruimtes waar de dorpsgemeenschap het recht had om te vissen en watervogels te vangen.

Beeld: De Gever (‘Gever Broeck’), de lege ruimte op deze kaart van de gronden in Rotselaar waarop de abdij van Averbode de tiende hief (1659). Rijksarchief Leuven, Kerkelijke archieven van Brabant, nr. 5009.

Nieuwe poging tot drooglegging

Tijdens de Tweede Wereldoorlog rezen er nieuwe plannen voor algemene drooglegging van De Gevel. De grondeigenaren in en rond het Gevelbroek waren het beu dat hun land telkens weer overstroomde. Het kadasterplan uit 1949 toont dat het centraal gelegen, natste stuk voornamelijk bestond uit bos, met daarrond weidepercelen en meer bos. Meteen ten oosten daarvan lagen hooipercelen en akkers. Naast de Leibeek en de Gevelbeek, die (te) weinig werd geruimd, was er één belangrijk afvoerkanaal met toepasselijke naam ‘de Goot’. Maar dat volstond niet. De grondeigenaren wilden de oprichting van een watering om de slijkgronden productiever te maken.

Grondplan Watering. VMM archief. Centrum Agrarische Geschiedenis.

Een watering is een semipublieke vereniging van boeren en grondeigenaren die zich in een bepaald gebied inzetten om kleinere waterlopen open te houden en te beheren. In de jaren 1940-1950 stond iedere watering onder direct toezicht van de Landelijke Waterdienst, die op zijn beurt rapporteerde aan de minister van Landbouw. Vanaf 1944 was ‘Watering De Gevel’ een feit: een gebied van ruim 208 hectare, op grondgebied van Rotselaar en stukje Wilsele. Maar ondanks de erkenning en vergevorderde plannen voor drooglegging, kwam Watering De Gevel nooit echt van de grond. Dat had te maken met de oorlog, en met het overlijden van de trekker. De meeste andere leden oordeelden dat ontwateren weinig zin had, zolang de beloofde verbeteringswerken aan de Dijle uitbleven. In 1955 werd Watering De Gevel ontbonden.   

Beeld: Afbakening van Watering De Gevel. Schulen, VMM archief, 1RC5-04.

Wandelkaart. ANB. Centrum Agrarische Geschiedenis.

Natuurbestemming

Na de Tweede Wereldoorlog raakte De Gevel geleidelijk aan steeds meer bebost. Er werden ook Canadapopulieren aangeplant. Die zijn ondertussen grotendeels afgestorven, want zelfs deze boomsoort bleek niet bestand tegen de hoge waterstanden in De Gevel. Watervogels en reeën hebben het er naar hun zin. Het Agentschap Natuur en Bos zorgde er daarom voor dat het centrale moerasgebied ontoegankelijk is voor bezoekers: zo wordt de rust van de dieren niet wordt verstoord. Als bezoeker kan je wel via een knuppelpad rond het rietland wandelen. Laarzen niet vergeten! 

Beeld: Wandelkaart natuurgebied. Agentschap voor Natuur en Bos.

Auteurs: Bart Minnen en Eline Lathouwers